Natuurlijk leiderschap

Het bestaat, natuurlijk leiderschap. Kinderen die als vanzelfsprekend de leiding nemen in het spel. Zij bedenken wat er moet gebeuren en nemen de regie. Zelfs als iemand anders iets heeft meegenomen om mee te spelen.

Afbeeldingsresultaat voor natuurlijk leiderschap

Rory (7) zit vol fantasie. Hij bedenkt shows, waarin anderen kunsten doen en hij de goochelaar is. Uit het niets tovert hij dingen te voorschijn en laat hij ze weer verdwijnen. Hij maakte een amusementparc waarin je kon klimmen en klauteren. Hij bouwt hutten en is koning, politie of boef. Vandaag heeft Gabriel een tablet meegenomen om te filmen. Geïnspireerd door de film van school, Finding Fien, waarbij Rory, Gabriel en anderen bij de laatste opnamen waren, waarin de boeven worden opgepakt, willen ze nu zelf zo’n film maken. Rory weet wel hoe: “Jij moet daar gaan zitten en jij daar en dan ren je weg en komt hij achter jou aan”, zo geeft hij instructies. Van Gabriel heeft hij inmiddels het tablet gekregen. Rory filmt. “Nog een keer, nu iets dichter bij.” Alle kinderen, in de leeftijd van 5 tot 8 jaar, doen wat hij zegt, wachten tot ze in actie mogen komen, spelen de scène nog een keer. “Het is klaar!”, zegt Rory, en iedereen stuift alle kanten op. Tijd om te kijken wat ze hebben gefilmd is er niet. Ze moeten weer verder, boefje en politie spelen. Want de film mag dan klaar zijn, zij zijn dat nog lang niet.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Spel, spelletjes, spelen

Donderdag 28 juni. Vijf, acht of zeventien jaar oud: spelen blijft iets wat een mens wil doen. Trouwens ook als je vijfenvijftig bent. Ik speelde met Syban van vier in het zand, bouwde samen met hem een kasteel met torens en gangen. We waren trots. Drie jongens van zes spelen zonder spullen: ze zijn strijders met bijzondere machten en krachten, dragen schilden die kunnen afweren en vuren stralen af die overal doorheen gaan. Wie kijkt, begrijpt het misschien niet. Maar als je mee doet, weet je precies hoe het gaat. Meisjes van zes en zeven doen kunsten op de trampoline: radslag, handstand, koprol. Doen elkaar na en moedigen elkaar aan: “Goed zo!”

Jongens van acht tot elf jaar spelen in diezelfde achtertuin ’10 tellen in de rimboe’. Even later hebben ze hutten gebouwd en verdedigen die tegen aanvallen van de anderen. Spioneren, stelen, boeven vangen en bewaken, dat doen ze.

Binnen spelen twee meisjes ‘Blue stories’: je krijgt een paar aanwijzingen en moet daarmee een verhaal kloppend maken en vertellen wat er gebeurd zou kunnen zijn. Dan zie ik in de gang vijf zeventienjarige jongens staan, ook zij spelen dit verhalenspel en bedenken om de beurt wat logisch zou kunnen zijn in dit verhaal. Genoeg gespeeld? Nee, een vierjarige brengt mij nog een heerlijk bordje met een stukje meloen en taart, uit de speelruimte: “Eet maar lekker op.”

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Klein beginnen

Vrijdag 22 juni. Klein beginnen: een vuurtje in de pizzaoven begint met een paar takjes, een aanmaakblokje en een lucifer om het aan te steken. Deze keer kon ik het geduld opbrengen om niet te snel veel meer takjes en blokjes erop te leggen. Een voor een gingen de houtjes erop, aangegeven door Luc en Jade. Kinderen leren je ongemerkt heel veel. En voor het eerst lukte het: het vuurtje ging niet uit, maar bleef branden. Later pas gingen de houtblokken er op. Bewaakt door Tycho en Raphaël groeide het vuur steeds groter, zodat we in 30 seconden een gare pizza hadden. Zo heet was de oven!

Klein beginnen: plastic opruimen begint met het oprapen van je eigen rotzooi. Zo ging deze vrijdag het treintje van Trashure hunt met heel veel leerlingen van De Vrije Ruimte op weg naar de duinen om daar al het achtergebleven plastic mee te nemen. Een jacht op vuilnis dat bij aankomst een schat bleek, want wat kun je al niet maken van achtergebleven plastic drinkpakjes? Een heel huisje, zo zagen wij de dag ervoor in de Schouwburg.

Klein beginnen: als jong kind op De Vrije Ruimte binnen komen huppelen. Eindeloos puzzels leggen, in bomen klimmen, naar verhalen van Herman luisteren. Steeds meer meedoen aan lessen. Latijn kiezen als tweede taal, omdat je dat beter ligt dan Frans. Een profielwerkstuk maken. Op je 16e beginnen aan de eindexamens,  elk jaar 3 vakken, zodat je in 2019 je VWO-diploma hebt en kunt gaan studeren.

Een vuurtje aansteken en dat koesteren. Dat proberen we.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties