Alle artikelen | mei, 2009

casino royal club bonus code

Vrijdag 15 mei. Natuurlijk zijn er ook wel eens ruzies bij ons op school. Onenigheden, woordenwisselingen, fysieke krachtmetingen. Meestal zijn deze vrij onschuldig en snel opgelost of uitgepraat, maar soms duurt het wat langer. Vandaag werd ik erbij geroepen "Ze zijn met elkaar aan het vechten!" Het viel mee, want toen ik aan kwam lopen was er van een vechtpartij geen sprake meer. De jongens om wie het ging waren alweer in staat om rustig aan mij te vertellen wat er gebeurd was. Eerst de een, toen de ander. Ik vroeg af en toe door om te checken of het klopte wat ik dacht dat zij bedoelden. Tenslotte vatte ik beide verhalen samen in één versie en vroeg hen of dit was wat er gebeurd was. "Ja." Wat bleek nu? De oorzaak van de ruzie lag in het elkaar verkeerd begrijpen, of misschien wel elkaar niet willen begrijpen. Wat de een (achteraf) een grapje noemde, bleek voor de ander een serieuze zaak, waar niet lichtvaardig mee omgesprongen kon worden. Deze jongen had zich bovendien bezeerd aan de brandnetels, en was daardoor echt boos geworden.

We hadden het er al eerder over gehad om dit punt in te brengen in de schoolkring: "Zij zeggen dan dat het een grapje is, maar wij vinden het helemaal niet leuk!" Nu praten we er even over. Hoe komt het dat er telkens weer zulke dingen gebeuren, dat kinderen niet stoppen als je stop (of iets van gelijke strekking) zegt, dat anderen niet begrijpen wat je wil, terwijl ze dat toch duidelijk aan je kunnen zien? Ik denk, en dat zeg ik ook, dat het zo kan zijn dat jij zelf vindt dat je heel duidelijk bent in wat je wil, maar dat dat voor anderen niet persé zo hoeft te zijn. Het blijft belangrijk om te checken of degene tot wie jij je richt jouw bedoelingen heeft begrepen. Is jouw grapje voor de ander ook een grap? Kan de ander aan jouw gezicht en bewegingen zien dat je uit de grote schommel wil?

We komen vandaag niet tot een afsluiting van dit onderwerp. Dat hoeft ook niet. Maandag wordt het ingebracht in de schoolkring en praten we verder. Daarna zal het vast en zeker vaker ter sprake komen. Want hoe leer je beter van en over elkaar, en over jezelf, dan door voortdurend met elkaar in gesprek te gaan over de dingen die jou bezighouden.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Tussendoor

Donderdag 14 mei. Hier hadden we het over tijdens de leerlingbespreking vandaag, hoe zie je wat iemand aan het leren is? Het is gemakkelijk te zien als iemand met een reken-, schrijf- of leesboek zit te werken. Sommen maken, in je schrift schrijven, een tekst lezen; ja, dan is iemand vast en zeker aan het leren. (Maar is dit wel echt zo? Het kan ook een simpele invuloefening zijn, waar een kind niets van leert, of die  hij al lang kan… Dan is een kind wel bezig met leerstof, maar is het niet aan het leren.)

Veel kinderen, zeker bij ons op school, leren op andere manieren dan uit boeken. BIjvoorbeeld door dingen te doen, door naar elkaar te kijken, door met elkaar te praten. Zo’n moment (en zo zijn er vele op een dag en in een week) hadden we vandaag tussen de middag, tijdens het eten. Het ging over achternamen, en waar die vandaan kwamen, wanneer ze ontstaan zijn, en hoe je weet wat ze betekenen. Het was een kort gesprek, maar wel een leermoment. "O, komt jouw naam daar vandaan?" Zo leer je van en met elkaar op de meest onverwachte momenten, leerlingen van leerlingen, leerlingen van begeleiders, begeleiders van leerlingen. Iedereen leert van elkaar, en het is de kunst om die momenten te zien en op waarde weten te schatten!

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Letters

Woensdag 13 mei. Om 10.00 uur begint de schrijfclub. Noor, Emma en Zita doen mee. Emma gaat aan de slag in haar schrijfboekje met de letters t en b: "O, die ken ik al, makkelijk…" Ik suggereer haar om woorden met een t te verzinnen en die op te schrijven. Dat vind ze een goed idee en ze bedenkt veel t-woorden. Noor en Zita hebben zin om in hun schrift te schrijven. Zita, die eerst alleen haar eigen naam (weliswaar met een omgekeerde Z) kon schrijven, schrijft opeen ‘emma’ en ‘ik’. Waar heeft ze dat geleerd, vraag ik me af. Ze kan het gewoon. Haar eigen naam wil ze niet schrijven. "Nee, want dan gaat de eerste letter altijd verkeerd." Misschien is het dan juist handig om die letter te oefenen. Samen schrijven we een blad vol z-en. Dat gaan we vaker doen!
Noor is ondertussen bladzijden vol letters aan het schrijven: "Wat staat hier?" Eerst lees ik alle letters achter elkaar, maar dan probeer ik uit de letterbrei woorden te destilleren. ‘Koe’, ‘oom’, ‘of’ omcirkel ik, en schrijf ik voor haar nog een keer, zodat zij ok echte woorden kan schrijven. En dat doet ze dan.

Wat is het toch leuk om met letters bezig te zijn en te zien hoe kinderen, allemaal op hun eigen niveau en hun eigen manier, aan het leren zijn.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties