Alle artikelen | oktober, 2009

Letters lopen

Maandag 12 oktober. Terwijl Herman de grote kinderen bezig houdt met prachtige geschiedenisverhalen… Nee, vandaag niet, de kinderen hebben zelf een quiz gemaakt voor Herman, met vragen over personen, jaartallen en gebouwen uit de Europese geschiedenis. Vorige week kregen zij de vragen, en die wisten ze vrij goed te beantwoorden. Kunnen ze winnen van Herman, de expert op dit gebied? Dan krijgen ze patat  op maandag na de vakantie. Ja hoor, na een half uur is duidelijk: het is hen gelukt!

De zon schijnt en ik heb zin om buiten iets te gaan doen met letters. Lekker schrijven en bewegen. We gaan letters lopen! "Ja, ik doe mee", zeggen Paula en Tycho. Paula kiest haar eigen letter: "de Pé". Ik teken een enorme P met stoepkrijt op de grond en we lopen eroverheen, zo komt de vorm van de letter in je lijf. Paula is trouwens op skeelers en rijdt heel precies over de lange lijn van de P, en daarna het rondje. Tycho wil natuurlijk zijn letter, de T, en ook mijn eigen letter, de C, komt aan de beurt. Dan komt Emma van 8 naar buiten, haar letter willen we ook zien. Ik teken een grote hoofdletter E. "Weet je hoe ik die vroeger schreef?", vraagt Emma. Ze tekent een verticale lijn met wel vijf horizontale streepjes er aan. "Ik dacht dat het niet uitmaakte hoeveel streepjes er aan zaten." Grappig opeens zo’n inkijkje in de blik van een kind op de wereld van de letters.

Tycho maakt een eigen letter en vraagt welke het is. Een e? zeg ik, maar hij bedoelt een andere letter en ik kan er niet achter komen welke. We gaan nog even door met grote letters tekenen en eroverheen lopen. Daarna proberen of we ook met ons lijf een letter kunnen maken. De T (armen gestrekt op schouderhoogte, hoofd naar voren gebogen – "want dat hoort er niet bij!" zegt Tycho- ) en de P (een arm in je zij) lukken heel goed. Hè, wat een heerlijke letterles was dit weer.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Puzzelletters

Donderdag 8 oktober. Ha, het is weer kinderboekenweek! Mijn favoriete periode: veel voorlezen, boekjes maken, vragen stellen over je lievelingseten, schrijven met de kinderen en … puzzelen. Elk kind krijgt bij binnenkomst een doosje met 8 letters. De opdracht is: wie vindt als eerste het woord? En: wie maakt de meeste woorden met deze letters? Voor beide opdrachten zijn er prijzen te winnen: je naam in chocoladeletters. Esmée is de eerste die binnenkomt. Zij pakt meteen een papier en begint te schrijven, alle woorden die zij kan bedenken met deze letters. De anderen komen, krijgen hun doosje en gaan zitten, met pen en papier. Er wordt geschreven, gekeken, gesteund… het gaat goed. Ze zijn de 80 woorden al voorbij.

Robin komt iets later. Hij pakt het doosje, gooit de letters om en begint te puzzelen (een favoriete bezigheid van hem). Al snel heeft hij het woord ‘boek’. Nu zijn er nog 4 letters over, ‘muisboek’? Nee, de i is een l, oh… SMULBOEK. Ja hoor, Robin heeft als eerste het woord gevonden. Ik ga maar vast op zoek naar al die letters in chocola. Wie de meeste woorden heeft, weten we nog niet. Ze hebben tot volgende week donderdag de tijd om na te denken.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Toen

Woensdag 7 oktober. Toen de aarde nog plat was en er alleen jongens naar school mochten, zat er een monnik als meester op de stoel. De kinderen leerden bidden, zingen, lezen en schrijven. Wie geld had, mocht naar school. Dat was in de 12e eeuw, op de kloosterschool, die gehouden werd in de kerk. Vier eeuwen later deed een stal dienst als school, en was de meester een bijverdienende boer. Wilde je wat leren, dan moest je geld betalen. Extra veel om te leren rekenen, want dat was heel erg moeilijk. De meester zelf kon het nog maar nauwelijks, hij had er dan ook niet voor geleerd. Gelukkig kwam er tweehonderd jaar geleden een modelschool met professionele meesters, tafels voor iedereen en leermateriaal: griffels en leien, leesplankjes en telramen. Maar nog steeds met wel heel veel kinderen samen in een bankje om de les te volgen.

Dit zagen en hoorden wij in Rotterdam, in het Onderwijsmuseum, waar drie scholen van vroeger zijn nagebouwd. Wij waren hier met vijf kinderen om, na de rondleiding, te mindmappen. Op school hadden we dat al gedaan, met het thema ‘weg van huis’: waar ga je naar toe als je weggaat van huis, wat kom je daar tegen? Nu mochten we een mindmap maken over een van de drie getoonde scholen. Alle kinderen gingen hard aan het werk en begrepen ook meteen wat er van hen gevraagd werd. Ze groeven in hun geheugen en bedachten ook zelf dingen die er in een ver verleden gebeurd hadden kunnen zijn. Bijvoorbeeld als je straf kreeg op de modelschool. Plaatjes erbij om het nog beter te onthouden. Want dat hadden we in het begin al gemerkt: zomaar losse dingen onthouden werkt het best als je er een verhaal van kunt maken. En dat deden ze.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties