Alle artikelen | februari, 2010

Tafels leren

Dinsdag 16 februari. Lezen, schrijven, rekenen, dat zijn toch de belangrijkste vakken in het basisonderwijs. Maar hoe leer je dat aan op een school voor natuurlijk leren? Sommige dingen gaan inderdaad vanzelf, zie het verhaal van Zita die opeens kon lezen (weblog van 12 feb). Veel rekendingen kom je ook tegen in het dagelijks leven, als je boodschappen gaat doen, een spel speelt, je stappen telt, wilt weten hoeveel centimeter sneeuw er is gevallen. Maar de tafels? Het is handig als je die ooit bewust leert. Een aantal leerlingen is daar al enige tijd mee bezig. Op de computer, uit het hoofd, in een schrift. Vandaag werken ze daar aan. Gijs oefent met een puzzel de tafels van 7 en 8, om die nog extra goed in zijn hoofd te krijgen. Job schrijft de tafel van 4 op in zijn computer. Sjoerd doet eerst de tafel van 5, die kent hij eigenlijk al echt, en dan de tafel van 3. Als hij zelf de tafel onder elkaar in zijn schrift heeft geschreven, en daar een paar keer mee heeft geoefend, kent hij hem op zijn duimpje. Heleen schrijft de tafel van 4 op en kent die goed in de goede volgorde van 1 tot 10. Nog even oefenen op het door elkaar kennen. Robin is bijna klaar met de tafels, nog maar 3. Vandaag de tafel van 6. Ik laat hem zien dat steeds dezelfde cijfers terugkeren: 6,2,4,0 op het eind van het getal. Dat helpt hem om de tafel te automatiseren. Leuk om steeds voor ieder kind zijn eigen manier te zoeken waarop hij het best de dingen leert. Die uitdaging wil ik graag aangaan!

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Jongens

Maandag 15 februari. Of het er nu 8 of 7, 6, 5 of 4 zijn, je
bent continu alert. Je wil weten waar ze mee bezig zijn en hoe het met ze gaat,
met de jongens van 8-16 jaar op De Vrije Ruimte. Natuurlijk, ze gaan naar
lessen en volgen vakken, maar er is veel tijd tussendoor voor eigen dingen. En
in die tijd zoeken ze elkaar op, dagen elkaar uit, kijken hoever ze kunnen
gaan.

 

De jongere kinderen spelen en knutselen, kleuren en doen
spelletjes. Ook voor hen is er die aandacht: wat doen ze en gaat het goed?

 

Toch is het bij de jongens anders. Ze bouwen even met de
lego, maar komen niet aan echt spelen toe. Te zeer zijn ze gericht op degenen
om hen heen. Wat zegt die? Wat doet die? Moet ik reageren? Is er iemand die we
even kunnen plagen? Zal ik een mop vertellen? Of iemand nadoen? Mijn nieuwe
ringtone laten horen? Bezig met hun
omgeving, met hun plek daarin. Wanneer krijg je aandacht? Hoe word je leider?
Ze lijken er niet moe van te worden.

 

Voor de begeleiding is het soms vermoeiend. Je weet dat het
niet altijd goed gaat, dat een plagerijtje of stoeipartijtje uit de hand kan
lopen. Je wil erbij zijn om dat te voorkomen of om in te grijpen als het
onverhoopt toch gebeurt. En wat doe je
dan? Kijken en inschatten, wikken en wegen. Je weet wanneer je twee ruziënde
jongens uit elkaar moet halen, je laat
ze even apart tot rust komen. En dan merk je opeens de hulp van de andere
jongens: ze helpen elkaar om weer rustig te worden. Als ze na 10 minuten een
gesprek kunnen voeren, hoef je daar als begeleider helemaal niet bij te zijn.
Ze kunnen het prima alleen af. Waarom heb je dan toch het gevoel dat je een
enorme inspanning levert? Ik denk vanwege die voortdurende alertheid: je wil
dat de omgeving fijn blijft voor iedereen op De Vrije Ruimte, en dat kan alleen
als ook de jongens rekening houden met elkaar en met alle anderen op school.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Gesprek met een kleuter

Vrijdag 12 februari. Gisteren met Zita een portfoliogesprek gehad, vandaag met Yanna. De portfoliogesprekken houden we vijf keer per jaar, steeds in de laatste twee weken voor een vakantie. In de gesprekken met hen, deze twee meisjes van 6 en 5, zie je hoe het leren op De Vrije Ruimte gaat als je nooit op een andere school hebt gezeten. Aan hen hoef je niets uit te leggen, zij zien hoe hoe het gaat en sluiten zich ergens bij aan, of niet. Ze weten dat als ze zich inschrijven voor een vak van hen verwacht wordt dat ze er dan ook alle keren bij zullen zijn. Tot nu toe speelden ze vooral, maar wel vaak in of naast de ruimte waar lessen gegeven werden. Aan techniek deden ze al vrij snel mee. Wie vindt het nou niet leuk om zijn eigen zoötroop te maken?

Lezen en schrijven wilden ze wel leren. Met Zita heb ik elke week een afspraak om haar eigen verhaal te schrijven. Lezen doet ze thuis, voor ze gaat slapen. Op school zien we daar niets van. Wie schetst mijn verbazing toen ze vandaag bij de taalclub opeens een hele zin voor kon lezen? Ze had het al wel gezegd: "lezen hoef ik niet te oefenen, dat kan ik al."  Yanna oefende na de kerstvakantie iedere dag met schrijven, tot ze na een tijdje even genoeg had geschreven. Nu wil ze weer verder ermee. "Mag ik dan ook zo’n pen als Zita?" Zo gaat het als het vanzelf gaat. Kinderen geven aan wanneer ze iets willen leren, en hoe. Wij voorzien hen van onze aandacht, materialen, en waar nodig hulp. Steeds enthousiaster willen ze aan steeds meer dingen meedoen, steeds meer leren, omdat ze het zelf mogen kiezen.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties