Alle artikelen | februari, 2010

Een kronkeldierenrivier

Vrijdag 5 februari. Wat een heerlijke dag vol rust. Eerst lekker gewerkt met de taalclub (stuk uit de Kidsweek-junior gelezen en verteld dat we na de voorjaarsvakantie beginnen met boekbesprekingen…kinderen waren heel enthousiast!) Daarna tijd voor schrijfdans. Al een paar weken niet gedaan doordat de tijd tussen onze vingers doorglipte en de dag dan plots alweer voorbij was. Nu is er tijd en zin bij de kinderen. We bedenken hoe we kronkels willen maken. Het lijkt ons leuk om heel lange kronkels te kunnen tekenen, dus hebben we een flink stuk papier nodig. Gelukkig hebben we nog behangrol. We plakken het vast op de grond, van muur naar muur in de speelruimte, ruim zeven meter. Zita wil graag haar eigen stukje, dat kan. De rest (Yanna, Paula, Tycho) wil graag de andere 6 meters vullen met lijnen in allerlei kleuren.  De schrijfdans-kronkel-muziek gaat aan. We pakken 1 of 2 krijtjes en beginnen. "Ik doe het met mijn ogen dicht", zegt Yanna en beweegt helemaal mee terwijl ze tekent. "Het lijkt wel een rivier", zegt Tycho, als hij van de ene naar de andere kant van het papier gaat.

Als we uitgekronkeld zijn, zoeken we naar vormen waarin je een dier kunt zien. We vinden vissen, een duizendpoot, een poes, een konijn. We maken de vormen dikker, tekenen oren en ogen, poten en vinnen. Het wordt prachtig! "Nu gaan we toch verven?", vraagt Paula. Dat is waar ook, voordat we begonnen zei ik dat krijt zo mooi werd als je er met ecoline overheen ging. Maar toen hadden we nog niet bedacht dat we op zo’n lang stuk papier zouden tekenen… Gelukkig is er voor alles een oplossing. Een vuilniszak eronder, schorten aan, ecoline in bekers, dikke kwasten. We verven 1 meter blauw, 1 meter rood, steeds om en om. Zita verft haar stuk op haar manier. En dan ligt er voor ons een 7 meter lang schilderij, vol kronkeldieren. Wat we daar mee gaan doen? Eerst maar eens oprollen als het droog is, en volgende week ophangen, zodat we er nog even van kunnen genieten.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Schaatsen en scheikunde

Donderdag 4 februari. "We moeten rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan…", deze regel uit het lied van Herman van Veen was vandaag wel van toepassing op De Vrije Ruimte. De donderdag zit altijd al vol, maar we hebben hem de komende drie weken nog voller gestopt. Rekenen/wiskunde, techniek, snel in de auto naar de Uithof, schaatsen, terug naar school, scheikunde. Koken kan niet deze weken, want dan staan we op de schaatsbaan. Schaatsen was een wens van veel kinderen, en dus hebben wij geprobeerd om het zo goed mogelijk in te plannen. De techniek-les (vandaag aardappelstempels maken: letters in spiegelbeeld uitsnijden) duurde ietsje korter, de boterhammen en pakjes drinken gingen mee in een tas, de auto’s stonden klaar.

Het schaatsen was heerlijk. Even je uitleven op het ijs. Het had voor een aantal nog wel wat langer mogen duren. We schaatsten voornamelijk op het middenstuk, waar je niemand in de weg zit. Aan de jongsten zag je dat ze al een tijd aan het skeeleren zijn. Yanna reed op haar kunstschaatsen alsof ze dat al maanden deed. Met de wedstrijdjes won Emma met glans, zij zit dan ook op schaatsles, en kan het echt goed. Op het eind nog even tikkertje, zodat we lekker moe werden.

Toen we terugkwamen op school zat Leo al klaar met zijn scheikunde-spullen en liet de leerlingen (en ons) kennis maken met ‘vlam in de pan’ en hoe je het vuur kunt blussen. Gijs wist meteen dat je dan de zuurstof weghaalt. Ook had Leo een leuk schaatsweetje: Je schaatst niet op het ijs, maar glijdt over water. Door de druk van de schaats wordt het ijs even water. Wat een gek idee.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Geduldig

Maandag 1 februari. Wanneer werk je het lekkerst? Als je weet dat je een fout mag maken. Als je weet dat je altijd iets mag vragen wanneer je het niet begrijpt. Als er rust heerst en ruimte is om het werk op je eigen manier in je eigen tempo te maken. Wij proberen ervoor te zorgen dat die voorwaarden aanwezig zijn op De Vrije Ruimte. Job maakt het ontleden op zijn laptop, de anderen in hun werkboek. De een snel, de ander wat minder snel. De een zonder hulp, de ander met af en toe een aanwijzing. Ze zijn niet allemaal even oud, en hebben niet allemaal hetzelfde niveau. Taak van de begeleider om daarop in te spelen.

Soms vergt dat veel geduld. En ook dat moet je leren, als leerkracht, om dat op te brengen. Uitrekenen hoeveel pakjes appelsap je nodig hebt voor 18 mensen, bedenken per hoeveel ze verpakt zijn, en hoeveel van die pakken je moet kopen. Hoe verloopt dat? Niet schrikken als 6+6 even 9 is. Maar op zoek gaan naar een strategie of hulpsom die de leerling in kan zetten om wel het goede antwoord te vinden. Dat lukt: 5+5=10, dus 6+6=12. (Meteen in je achterhoofd houden dat je ’s middags de ‘dubbelen’ gaat oefenen met ze.) Maar 12 is nog geen 18, dus we hebben nog een pak appelsapjes nodig. 12+6 is een som die moeilijk lijkt, maar gemakkelijk wordt als je weet hoeveel 2+6 is. Hè, ik word zelf enthousiast als ik dat vertel, en blij als ik zie dat het lukt. Deze sommen zijn opeens helemaal niet moeilijk meer. Dan voel je wat het effect is van jouw rust (al moet je het geduld soms uit je tenen halen) en ben je ook zelf een klein stapje verder in je ontwikkeling als leerkracht op De Vrije Ruimte

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties