Alle artikelen | april, 2011

Zee

Vrijdag 15 april. Boterhammen smeren voor 25 mensen, koffie en thee mee. In een kwartier lopen naar het strand. Goed idee van Rowan, net 4, die dit heeft voorgesteld in de schookring. Geen wind, dus niet vliegeren, wel een aangename temperatuur. Schelpen zoeken en kijken welke soort het is in de schelpenwaaier, holen graven in bergen zand, een zeester vinden en hem laten overleven in een emmertje zeewater. Voetballen en rugbyen.

Dan komt het moment waarop iedereen heeft gewacht. Met zijn vijven gaan we de zee in en laten ons hiervoor sponsoren om geld te verdienen voor de entree van het Archeon (waar we eind mei heen gaan). Koud? Dat valt best mee. Rennen vanaf de plek waar we zitten. In 1 keer de zee induiken, kopje onder en weer terug. Drie keer achter elkaar, overtuigend genoeg voor de sponsors. Foto’s als bewijs. Tintelfris kom je eruit, alsof je net 10 kilometer hebt gerend.

Niels begint zijn cursus fotografie op het strand. Hoe beter je kijkt, hoe interessanter je foto’s. Lijnen die op elkaar lijken, of juist tegengesteld zijn, in één beeld vangen. Dan kun je iets laten zien. Bandensporen in het zand en de spuitende boot met zand. Kinderen gaan foto’s maken.Terug naar school via de schooltuintjes om onze pas geplante zaadjes water te geven. Er zijn al groene sprietjes van de tuinkers te zien.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Twee kinderen op de fiets

Donderdag 14 april. Een zonnige dag. Kinderen op de trampoline. “Voetballen!” Iedereen wil meedoen, in de tuin, in de speeltuin. Binnen vouwen we kraanvogels, 1000 moeten het er worden, voor vrienden van ouders die deze mee willen nemen naar Japan. 1000 kraanvogels brengen geluk. Aan het einde van de dag hebben we er 300.

Ik werk met een aantal kinderen om de beurt met ‘Ik leer anders’. Gaaf om te zien hoe beelddenkers het alfabet in hun hoofd opslaan en woorden van voor naar achter en van achter naar voor kunnen spellen. Eén heeft niet genoeg aan de vier kamers in zijn hoofd om informatie op te slaan (voor letters, cijfers, leuke dingen, stomme dingen). Er komt een kamer bij voor de natuur, een rustkamer, een keuken (handig alles bij de hand) en een opberghok voor de fiets. Zorgvuldig tekent hij wat er te zien is.

Buiten fietsen Tycho en Paula. Rondjes om de speeltuin. 6 en bijna 5 jaar oud. Genieten van het zelf kunnen. Even later zie ik ze basketballen bij het laaghangende net. Het lukt hen om de bal erin te gooien. Wat moet het  toch heerlijk zijn om als kind hier op te groeien en steeds te ervaren dat je dingen zelf kunt leren, ontdekken en ervaren.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

aatjes schrijven

Woensdag 13 april. Ik ben nu officieel coach van de methode ‘Ik leer anders’, die beelddenkers helpt om woorden en getallen als beelden in hun hoofd op te slaan. Zo kunnen ook deze kinderen goed leren spellen en rekenen. Voordat ik met nieuwe kinderen aan de slag wil gaan, heb ik gevraagd wie van onze leerlingen proefpersoon wil zijn. Ik heb uitgelegd dat niet alle mensen op dezelfde manier leren. Sommigen zien bij alles wat je zegt beelden en kunnen die beelden ook in hun hoofd laten draaien, 3D-denkers dus. Handig als je ruimtes in moet richten, de weg moet vinden of huizen wil bouwen; lastig als je woorden en getallen goed wil schrijven. Want niet alleen beelden kunnen draaien in hun hoofd, ook letters, woorden en cijfers. Dus een p=b=q=d; bord=brood; mik=kim; 25 en 52, dat is toch hetzelfde…voor hen maakt het niet uit waar iets staat, ze lezen het net zo makkelijk van achter naar voor als van voor naar achter en zelfs op zijn kop, als ze het kunnen lezen tenminste. En daar zit vaak het probleem: letters zijn moeilijk te herkennen, evenals getallen. Juist omdat die beelden maar blijven bewegen in hun hoofd. Wat de methode ‘Ik leer anders’ doet is dat beeld stilzetten door er een plaatje van te maken in je hoofd.

Acht kinderen zijn geïnteresseerd, met ieder van hen maak ik individueel een afspraak. De ouderen kunnen meteen het hele alfabet een plaatsje geven in hun hoofd en zijn in staat om lastige woorden van voor naar achter en van achter naar voor te spellen, doordat ze het als beeld hebben opgeslagen. Met de jongere kinderen begin ik simpeler: hoe ziet een a eruit? Schrijf die maar eens op. Ik kijk of ze goed beginnen (bovenaan) en laat ze het net zo vaak doen, totdat de a is ingeslepen in hun systeem. Nu kan die in hun hoofd worden opgeslagen. Daarna de b …, zo zijn we nog wel even bezig denk ik. Maar dat geeft niet. Kinderen hebben een succeservaring: “Ik kan de a schrijven”, “Ik weet nu welke kant het rondje van de b opwijst” en merken dat het eigenlijk best meevalt om letters te leren.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties