Alle artikelen | januari, 2013

Kijken naar jezelf

Maandag  28 januari. “Kun je het zo zeggen dat ik het kan typen?”, vraagt Paula (6) aan Anne Sophie (5), wanneer de laatste vertelt wat ze dit weekend heeft gedaan. “Ik ging naar vrienden van mijn vader en moeder en mij en daar hebben we een reisspel gedaan.” Het is duidelijk wat ze gedaan heeft, maar de zin is te lang voor Paula. Ze wil het in drie woorden horen. Het wordt: ‘reisspel met vrienden’. Zo gaat dat in de jongste schoolkringgroep, om de beurt notuleert iemand de weekendverhalen. Een typediploma hebben ze nog niet en spellen leren ze terwijl ze de woorden schrijven. Geduldig wacht de rest tot de typer klaar is en de voorzitter de volgende verteller aanwijst. De schoolkring is vandaag snel voorbij.  Aan het werk met rekenen, schrijven, gamen of knutselen.

Altijd weer een opstartdag, zo’n maandag, ook voor mij. Ik val uit tegen iemand die zijn boeken kwijt is: “Het zijn jouw boeken, jij moet er op letten!” Vervolgens verschijnt hij niet in de les. Had ik het anders aan moeten pakken? Later ga ik naar hem toe, zeg hem dat ik wil dat hij ook aan werken toekomt, dat ik hem daarbij wil helpen, maar dat ik soms niet weet wat de beste manier is. Ik stel hem voor een vast schema te maken met de tijden waarop hij aan de verschillende vakken werkt. “Maar ik kan niet zolang achter elkaar werken…” Dat hoeft ook niet. Na 20 minuten steeds 10 minuten pauze, dat werkt ook. En zo heeft hij een uur later een weekschema gemaakt waaraan hij zich vanaf morgen gaat houden…

Dan nog een gesprek, aan het eind van de middag, tussen een vader met zijn zoon en een andere leerling. Ik zit erbij en luister. Probeer samen te vatten wat ik hoor, uit te leggen wat ik begrijp. Uitgesproken wordt er wat er gebeurde en hoe beide het ervaren hebben. Begrip of acceptatie van de ander is lastig. Nadat twee keer gezegd is wat ze wilden zeggen, zeg ik dat ik denk dat het zo goed is. Dat het niet per se nodig is dat je snapt wat de ander deed; je kunt er nog over nadenken. Zo gaan we uit elkaar, geven elkaar een hand. Hebben allemaal weer even in de spiegel gekeken en gezien dat het goed is zoals je bent, als je maar open staat voor wat de ander jou ook nog te bieden heeft.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Schaatsen aan en uit

Vrijdag 25 januari. Voor de tweede keer dit jaar gaan we schaatsen. We hadden al af gesproken bij de Uithof, maar met de voortdurende vorst besloten we om toch maar op ‘natuurijs’ te gaan. Natuurijs wil zeggen het ondergespoten grasveld in het Zuiderpark. Daar gaan we heen met de schaatsliefhebbers. Degenen die ver willen schaatsen zijn met Myriam mee, rondjes van 3 km schaatsen op de Reewijkse plassen: Emma, Robin, Bjorn en Marieke. Wij zijn met degenen die het een beetje kunnen of het nog willen leren. Een van de enthousiastelingen is  Simon. Ruim een uur lang krabbelt en schaatst hij, het liefst met Romy die mee is zonder schaatsen. Zij gaat keer op keer met hem naar de overkant en terug en steeds grotere stukken schaatst hij zelf. Ymke heeft haar eigen ijshockeyschaatsen en kan het goed. Jaidyn leent schaatsen. maar vindt ze toch niet zo lekker zitten. Zij besluit andere kinderen te gaan helpen. Nine heeft noren die ze nog nooit heeft aangehad. Het gaat, maar ze zwikt toch een beetje, dan maar de extra schaatsen proberen die ook mee zijn. Nee, die doen pijn…toch maar weer haar eigen noren aan. “Het gaat eigenlijk best goed.” Floris schaatst op oude ijshockeyschaatsen van zijn vader. Dat gaat heel goed. Zijn moeder is mee en deelt koek en krentenbollen uit. Heerlijk! Anne Sophie heeft ijzertjes onder, waarmee ze, aan Jaidyns hand, vooruit komt. Haar moeder heeft ook verschillende schaatsen uitgeprobeerd. Leuk, al die mensen die door het weer enthousiaste schaatsers worden!

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Spelletjes in de sneeuw

    

Donderdag 24 januari. Was vorige week de sneeuw nog te poederig, deze week plakt hij lekker. Zondag viel nog een paar centimeter erbij en maandag werden de eerste sneeuwpoppen, iglo’s en sneeuwberen (door Zita en Anne Sophie) gebouwd. Sneeuwballen gooien, elkaar inzepen, een sneeuwduik nemen, op je buik de berg afgaan, er is nog zoveel te ontdekken in de sneeuw. Vandaag hebben Bjorn en Floris een klein surfboard mee en proberen daarmee de heuvel af te gaan. Snowboarden met een surfboard valt nog niet mee. Dwars door het bos heengaan met de slee is ook een uitdaging en met zelfgebouwde schans erbij wordt het nog spannender. Zo zijn veel kinderen de hele dag buiten.

Spelletjes doen is een vast onderdeel op donderdagmiddag. René begeleidt dat, maar vandaag is hij ziek en vragen ze of ik mee wil gaan. Wat gaan we doen? Het wordt muis-olifant-leeuw. Iedereen kent het en de spelregels zijn duidelijk, verzekeren ze mij. (Er zijn wel eens spelletjesmiddagen geweest waar de tijd voorbij ging met het bepalen van de regels…) Teams worden gemaakt -blauw en rood- en elk kind krijgt een kaartje waarop een muis of olifant of leeuw staat. Je probeert iemand van het andere team te tikken en hoopt dan dat jij hem kunt verslaan: de muis maakt de olifant aan het schrikken, de olifant stampt op de leeuw en de leeuw eet de muis. Doel is zoveel mogelijk kaartjes van het andere team te verzamelen. Roos komt naar me toe: “Zij zeggen tegen iedereen wie ik ben!” Ze vindt dat niet leuk. We roepende de teams bij elkaar en ik vraag wat de afspraken hierover zijn. Simon weet het zeker: je mag het zeggen, want dan help je de anderen van je team. Roos kan dus haar team ook helpen door te zeggen wie iemand is. Dan vindt ze het goed om het zo te doen. We spelen nog een kwartier door, rennend door het besneeuwde bos, heuvel op, heuvel af. De uitslag? Rood en blauw verzamelden allebei 37 kaartjes van het andere team. Wat een samenwerking!

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties