Alle artikelen | april, 2013

Van de nood een deugd maken

Woensdag 24 april. Vandaag houden onze buren, het IVIO, hun koningsspelen in en om de speeltuin. Die speeltuin ligt pal voor ons gebouw. Ook onze kinderen spelen daar iedere dag. We hebben afgesproken dat wij daar vandaag niet zullen spelen. Maar wat dan?

In de tuin kunnen ze heus wel spelen. Touwtje springen is sinds een paar dagen favoriet en veel ruimte heb je daar niet voor nodig. Toch hebben we iets anders bedacht. Met wie wil lopen we na de smoothie (banaan-appel-mandarijn-haver-noten-yoghurt-appelsap) naar de speeltuin in het Segbroekpark, een wandeling van 7 minuten. Ik dacht met een klein groepje te zullen gaan, maar opeens blijkt iedereen mee te willen. Jong en oud, ze staken hun spel en lopen mee.

Heerlijk in de zon en het zand. Glijden, klimmen, schommelen, springen, scheppen (Keiro vindt al snel iemand van wie hij een schep mag lenen). Luda, de moeder van Anne Sophie, en ik zitten op een bankje en kijken. Wij zijn niet nodig. Billie en Tycho duwen Artemisia op de schommel, Pepijn troost Rowan als hij zand in zijn ogen krijgt, Floris helpt Keiro op het grote draaiding, Emma gaat naast Sterre zitten en kijkt hoe zij haar slippers versiert met kleine witte schelpjes. Wij kijken en genieten van het schouwspel. Hoe waardevol kan het zijn om jong en oud, van nog geen 4 tot bijna 18, bij elkaar in een groep te hebben. Ze zien elkaar en zorgen voor elkaar; wij hoeven het alleen maar op te merken.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

4 x 20

Maandag 22 april. Franse les. Om half elf zit iedereen klaar met zijn schriftje en het gesprekje van de vorige keer: ‘bij de bakker’. Iedere week bedenken we een nieuw gesprekje, wat dan als huiswerk voor de week daarop wordt gegeven. Helemaal uit hun hoofd kennen ze het nog niet, dat geeft niet. Het gaat erom veel te oefenen en veel te spreken, zodat de zinnen uiteindelijk vanzelf komen. Serra heeft het al vaker gedaan en dat merk je. Zij laat haar schrift dicht en gebruikt soms net een ander woord (c’est in plaats van ca fait), dat ook in de zin past. Zo klinkt het dan:

Bonjour
Bonjour, vous désirez
Deux  croissants et une baguette
C’est tout?
Oui, merci
Alors, ça fait €3, 40
Voilà, au revoir
Bonne journée!

Nadat iedereen een keer bakker en een keer klant is geweest, gaan we door met het volgende onderdeel: Tellen tot 100. Tot 10 hebben we al gedaan, de 12-jarigen kunnen tot 12 tellen, nu gaan we door tot 20 en vervolgens de tientallen. Ik schrijf het cijfer op, met het Franse woord daarachter en dan fonetisch geschreven de uitspraak. Dix-huit spreek je uit als dies-wiet en vingt als vè(n). Serra kent de getallen al, dus zij schrijft ze voor mij  in het Frans op. “70 is in het Frans 60+10”, zeg ik. Robin denkt na en zegt: soixante-dix (swasant-dies). Ja, helemaal goed. En 80, dat is vier keer twintig. Tycho kijkt naar het bord, kijkt mij aan en zegt dan: vingt, vingt, vingt, vingt… jee het duurt wel heel lang om 80 uit te spreken in het Frans….

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Zelfoplossend vermogen

Donderdag 18 april. Als ik om 8 uur op school kom, blijkt er te zijn ingebroken. Geen paniek, wel een grote rotzooi. Opgewonden kinderen. De politie komt, en de mensen van de scouting. We raken niets aan. Victor ziet de voetsporen: ‘Iemand met kleine voeten, kijk maar, ze zijn kleiner dan mijn schoenen.’ Gelukkig is er niet veel gestolen, een laptop en wat geld en een brander van de scouting. Omdat een forensisch expert langskomt, mogen we in twee grote lokalen niet komen. De oplossing: Myriam en René wandelen met alle leerlingen naar ons nieuwe gebouw om daar een kijkje binnen te nemen. Al is de wind guur en mogen ze maar in kleine groepjes naar binnen, toch komt iedereen enthousiast terug. De 12+sers zijn vooral blij met hun chillroom.

’s Middags is er storm, ook bij de kinderen. Er gebeuren rare dingen. Een fiets hangt in een boom en een andere in de standaard voor de vlag. “Geintje…” Ik vind het niet leuk en zeg dat ook. Het sleuteltje wordt teruggegeven, de fiets uit de boom gehaald. Maar de leerlingen van wie de fietsen zijn, willen heel graag weten waarom dat gebeurd is. De jongens (want die waren het) trekken zich terug in de ‘verboden ruimte’, ze discussiëren over dingen doen die niet mogen, een sleutel uit een jaszak halen, fietsen door het bos. Degenen die uitgepraat zijn komen naar buiten en kiezen een andere plek om te gaan zitten. Ik ben er niet bij, vang flarden op en denk: “Tja, soms gebeuren er dingen die niet leuk zijn. Maar onze leerlingen zijn in staat om dat zelf op te pakken, bij elkaar te gaan zitten en erover te praten tot het goed genoeg is voor alle betrokkenen.” En daar ben ik dan weer trots op.

 

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties