Alle artikelen | februari, 2014

Ontdekkingen doen

zand op je arm concentratie

 

Donderdag 13 februari. Hoe leer je? Door te kijken en na te doen. Door te luisteren en te begrijpen. Door te voelen en te ervaren. Vogelzand op een dienblad. Veel is het niet. Iedereen wil meedoen. Het zand voelen, vormen maken door er met je vinger in te tekenen, of met je hele hand. Het zand in je hand nemen en het langzaam uitstrooien, zo kun je ook iets tekenen. Het zand op je arm leggen en dan wrijven: ‘het lijkt wel massage!’ Zachtjes in het zand blazen, er ontstaat een gat. Een berg maken van al het zand. Het zand schudden en zien dat alle schelpstukjes naar boven komen. Eerst zijn de jongsten er mee bezig, wel zeker een half uur. Dan is het tijd voor koek. “We laten het staan, dan kunnen we straks verder gaan als we willen.” Anderen komen binnen in de ruimte, zien het zand, willen ook voelen, experimenteren: “kijk eens wat ik gemaakt heb!” Sterren en mandala-vormen.

Na de lunch, de bladen met zand staan er nog steeds. Er is geschiedenis. “Mogen we ook in het zand tekenen?”, vraagt Flinn (10). Ja hoor. In plaats van op papier, tekenen ze vandaag, naar aanleiding van het Klokhuis-filmpje over de grachtengordel, in het zand. Het idee is dat alle tekeningen (met een paar woorden en een jaartal erbij) straks hun persoonlijk geschiedenisboekje van Nederland wordt. “Maak je dan wel een foto en print je die uit?” Dat doe ik.

grachtengordel in het zand

Ontdekkingen in het zand, ook voor mij zijn het er veel meer dan ik van te voren had kunnen bedenken.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Wat heb je nodig?

Keiro probeert zijn stokken uit

Dinsdag 11 februari. “Wat heb je nodig?” is een vraag die wij regelmatig aan kinderen stellen. Je kunt iets nodig hebben om verder te komen met wat je wilt leren; een tip, een aanwijzing, een uitleg. Of misschien heb je iets nodig om te zorgen dat de ruzie over is (een -welgemeend-  ‘sorry’, een handdruk, een knuffel). Vandaag hebben Dechen en Keiro erg weinig nodig en heb ik het hen dan ook niet gevraagd.

Omdat de school achter ons (met open ramen die grenzen aan onze achtertuin) deze week bezig is met de Citotoets, spelen wij alleen in de voortuin. Maar je moet wel 7 jaar of ouder zijn om daar alleen of met een groepje te mogen spelen. Dechen en Keiro zijn 6 en 5, dus te jong. Ik ga met hen mee en de fietsen ook. Ze fietsen het heuveltje naar de zij-ingang op en af, en af en op, vooruit en achteruit. Leven in hun eigen verhaal met een huis in de struiken en fietsen als vervoersmiddelen van schatten en stokken. Ik kijk, loop rond, verzamel af en toe een takje mee. Takken maken ook geluid, als je ermee tegen een boom tikt, of tegen de muur, of het rooster voor de school. Ze proberen het uit, verzinnen een ritme, maken muziek. Hoe simpel en fijn kan het leven zijn. Ruim twee uur in de tuin met twee jongens, twee fietsen, veel takken, en je dan geen moment vervelen.  Op de vraag “wat heb je nodig”, zouden zij vandaag misschien geantwoord hebben: buiten zijn en spelen. Zoals ze waarschijnlijk elke dag zullen antwoorden, want wat is er leuker dan samen buiten de wereld ontdekken?

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Les geven aan elkaar

3-7 februari

hartjes plakkenvadertje en moedertje

Hartjes plakken op een groot hart, hoe doe je dat? Jade (nog geen 3)  kijkt naar Anne Sophie (6). O, daar in dat laatje liggen de lijmstiften. En je kunt de lijm omhoog draaien, en  op de achterkant smeren en dan opplakken. Jade kijkt, doet na, ontdekt: plakken doe je zo.

Even later spelen Dechen, Keiro, Artemisia, Laila en Kyra  vadertje en moedertje. De moeders bellen voortdurend op: “Ik krijg een kind!” “O, dan kom ik er meteen aan!”, zeggen de vaders. Bedden van stoelen met kussens erop. Ieder zijn eigen plekje. Kyra (4) speelde tot nu toe veel alleen, naast de anderen, met diertjes in de bouwhoek. Vandaag doet ze voor het eerst echt mee, kiest haar eigen rol, haar eigen plaats. Zo groeit zij.

 

Artemisia leest voorZita geeft les over de baardagaam

Voorlezen, vandaag verhalen over de liefde. Gedichtjes zijn het. Anne Sophie (6) en Artemisia (4) luisteren. Anne Sophie zegt: zal ik een stukje lezen? Dat is goed. Ze leest de woorden, het laatste stukje van het gedicht. Dat wil Artemisa ook: voorlezen. Dat mag. Ze pakt het boek en begint. Ze kijkt goed naar het plaatje: “Het zijn allemaal meneren. Ze praten in menerentaal. Ze hebben hoge hoeden op.” Zij verzint de woorden bij het beeld en maakt zo haar eigen verhaal. Even later leest ze Kyra voor uit hetzelfde boek. Zien, luisteren en dan zelf doen.

Zita (10) geeft les, elke vrijdag, over dieren. Vandaag heeft ze een baardagaam meegenomen. Ze houdt een powerpointpresentatie en haalt daarna het dier (een soort hagedis, leeft in Australië) uit de bak. Iedereen mag hem even aaien, vasthouden of zelfs op zijn hoofd laten zitten. Dechen vindt het eng, maar doet het toch. Zita heeft ook een quiz gemaakt. Omdat ze wel de punten bij wilt houden, maar niet alle namen van de kinderen op wil schrijven, krijgt ieder kind een letter: “Jij bent A, jij B ,…” De letters schrijft ze op en zo houdt ze de punten bij. Dat ze dan wel moet onthouden welke letter bij welk kind hoort, deert haar niet. Ze deelt rode (niet waar) en groene (waar) briefjes uit. Bij elke vraag geef je antwoord door een van de twee kleuren omhoog te houden. Dat werkt. De hoofdprijs, voor degene die de meeste antwoorden goed had, is een plastic hagedis. Nog even de baardagaam een meelworm laten eten (‘zag je zijn tong, net als een kikker?’) en dan is de les voorbij. Wat leren ze toch veel van elkaar!

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties