Alle artikelen | februari, 2015

Ze stromen binnen

DSC04384

 

Twee driejarige meisjes,  al bijna een jaar geleden gekomen,  zij hebben hun weg gevonden

‘Wenkleuters’ noemen we ze, de kinderen van 3 die al willen weten hoe het op De Vrije Ruimte is. Ze mogen komen, met hun ouders, om samen te kijken hoe het bevalt. Papa of mama blijven, spelen mee, kijken, drinken thee, praten met andere ouders en leerlingen, ervaren de school. Tot het tijd is om naar huis te gaan, meestal net na de lunch.

Dan komt er een moment dat mama wel even weg mag, een boodschap doen, een eindje wandelen. Kind blijft op school, vindt het best. Heeft zijn eigen brandweerauto meegenomen ‘dan kan ik de brand blussen, als er brand op school is’. Hij kijkt naar andere kinderen, pakt zelf een spel uit de kast, helpt mee opruimen. Gaat naar buiten, begint mee te spelen. Zit lekker te eten als mama weer terugkomt. Hij komt nu twee ochtenden en een stukje middag. Zijn dagen worden langzaam langer en over een tijdje zal hij waarschijnlijk drie dagen komen. Zo groeien deze jonge kinderen in de school.

Maar niet alleen zij. Ook oudere kinderen weten ons te vinden. Brugklasleeftijd, of net iets hoger. Ze willen toch net iets anders dan wat ze op hun huidige school krijgen. Meer vrijheid, meer hun eigen dingen doen, kunnen kiezen of ze wel of niet meedoen. Ze vinden het prettig bij ons. Nemen spontaan jongleerkegels mee, zingen een liedje aan de piano, praten met leerlingen van hun leeftijd, doen mee met de les ontleden en willen dan echt weten hoe het zit met het naamwoordelijk gezegde. Leren, lezen, leven, samen met de rest van de school.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Een oordeel uitstellen

Het is heel verleidelijk om meteen te zeggen wat je ergens van vindt. Je hoort kinderen het niet met elkaar eens zijn.  Eén komt naar je toe: “Hij schopte mij.”

Jij gaat naar die ander: “Je mag niet schoppen.”

Maar weet je dan echt wat er gebeurd is? Heb je het gezien? Heb je het verhaal van de ander gehoord? Nee, je reageert op basis van wat jij denkt dat er aan de hand was en wilt het oplossen door te vertellen wat wel en niet mag. Alsof die kinderen dat zelf niet weten. Ze weten het wel, maar kunnen het niet altijd toepassen. Wat doe je dan, als begeleider?

Stel je oordeel uit. Kijk wat je op dat moment moet doen. Bewaar je rust. Soms is het nodig om eerst een kind in veiligheid te brengen. Heeft hij tijd nodig om weer tot zichzelf te komen. Erover praten lukt nog niet. Dat geeft niet, het komt wel. Een ruimte met weinig prikkels en een paar Donald Duckjes kan heel fijn zijn. Even lezen, kijken, rustig worden. Daarna lukt het praten wel. Een ruzie om niks, liep uit de hand. Hij kreeg een klap en wilde iets terug doen. De ander gesproken, hetzelfde verhaal, hij gaf die klap. Ik kan het toch niet laten: ” Slaan mag nooit…”  Nou ja, dat wist hij natuurlijk wel. Maar een volgende keer gaat hij proberen het anders te doen: ” Iemand erbij halen?” Dat klinkt als een goed idee.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Een les van een leerling

Het is de eerste week van februari. De winter wil maar niet echt beginnen, al is het wel koud en nat. Veel ziek en snotterig. Toch gaat het hier altijd door. Met iets minder kinderen en verkouden begeleiders. Horen wat er gezegd wordt. Een overwegend bezwaar: “Ik wil het echt niet, dat is niet goed voor de school.” Luisteren en kunnen meevoelen wat hij bedoelt, aan de hand daarvan een besluit heroverwegen.

Een ander moment, een andere leerling. Ook hij geeft aan: dit hoeft niet zo, het kan anders. Hij geeft argumenten: “Je hoeft die vrijheid om te handelen niet in te perken, als iemand er last van heeft, bedenkt hij zelf wel wat nodig is.” En zo is het. Kinderen weten wat ze nodig hebben. Dat ze niet altijd opruimen, dingen laten slingeren, af en toe te hard lopen in de school of te hard roepen, valt weg als ik op een vrijdag het souterrain binnenloop. Het is lunchtijd. Pepijn (17) zorgt voor de tosti’s, veel leerlingen zitten aan tafels te eten. Er is geen volwassene bij. Iedereen zit rustig, te kletsen, te lachen, samen aan tafel. Yes! Ik ben blij. Zie je, het gaat vanzelf, het loopt. Wij zijn steeds minder nodig.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties