Alle artikelen | november, 2015

Bijna overbodig

2015-11-23 14.25.34

De een-na-laatste week van november. De ene dag is de andere niet. Maandag hebben we lekker gewerkt en leuke dingen gedaan. Een goede balans. Mentorkring is bij velen niet favoriet, maar zijn we eenmaal in gesprek, dan worden er waardevolle dingen gezegd en zijn kinderen echt geïnteresseerd in elkaar. Bijvoorbeeld als Keiro vertelt dat hij een echte dolk heeft gekregen: “Hoe ziet die eruit? Neem je hem een keer mee?” Daarna lezen, dictee, rekenen. Ieder voor zich en ik help hen om de beurt. Zelf woorden verzinnen en opschrijven, dat wil Keiro het liefst. Aan Dechen leest hij ze voor. De juf is al bijna overbodig. Alleen er zijn, kijken, meedoen, af en toe een vraag stellen, af en toe uitleg geven.

’s Middags komt de redactie van de schoolkrant bij elkaar. Iedere week werken we eraan en de krant vordert gestaag. Deze maandag verzamelt Daan moppen, maakt Artemisia een tekening, houdt Lumen alles bij en gaat Romy verder aan haar vervolgverhaal. Eigenlijk is het enige wat ik doe erbij zitten en de gelegenheid bieden om eraan te werken.

Vandaag -woensdag- had ik een soortgelijke ervaring, en nog wel op twee plekken tegelijk. Ik zat binnen in de woonkamer bij de bemiddelingskring. Iemand was ingebracht. Een notulist en een gespreksleider boden zich aan. Wat was nu nog mijn rol of taak? Gewoon, zitten en erbij zijn en een vraag stellen of opmerking maken als het mijn beurt was in een van de rondjes (1. beeldvorming: wat is er gebeurd?, 2. meningsvorming: wat kan helpen om te zorgen dat het niet meer gebeurt? en 3. besluitvorming – in deze casus- : wat heb je nodig om verder te gaan?) Sequoia leidt de rondjes voortreffelijk, Tycho is een goede notulist. Vragen zijn verhelderend. En als als laatste gevraagd wordt aan de indiener: wat heb jij nodig? Zegt hij: een hand van degene die ik heb ingebracht, zodat we weer vrienden kunnen zijn. Ze geven elkaar een hand en verlaten opgelucht de ruimte.

Ondertussen was er buiten in de achtertuin (waar de woonkamer op uitkijkt) ook iets aan de hand. Twee jonge kinderen vochten. Ik stond op het punt om er op af te gaan -er moest toch iets gebeuren- maar dat hoefde al niet meer. Twee oudere leerlingen hadden de vechters uit elkaar gehaald en bij zich genomen. Ik zag ze met hen praten. Toen ik weer uit het raam keek was iedereen weer aan het spelen. Trots voel ik me, dat dit kan.

Dat is denk ik wat De Vrije Ruimte doet: ruimte en tijd bieden aan iedereen die zich op zijn eigen manier, in zijn eigen tempo, met hulp van mensen die hij zelf heeft gekozen, wil ontwikkelen.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Stroef

Maandag 9 november. Aan het woord zelf merk je het al: het gaat niet vanzelf. Stroef, al die medeklinkers achter elkaar in het begin— je blijft steken, je blijft haken, je struikelt, het lukt net niet, alles loopt zoals je het niet wilde. Misschien waren de stoplichten vanmorgen al een indicatie, ze sprongen op rood precies toen ik eraan kwam. Later op school dan ik wilde. [Wel even heel leuk het spel Machiavelli uitgeprobeerd met Keiro (7) en Casimir (leraar aardrijkskunde)] Krukjes klaarzetten, mentorkring beginnen, niet iedereen is er nog. Ze worden gehaald, het duurt alweer lang. Sara, gespreksleider, houdt de vaart erin. Maar soms wil je toch net iets meer weten als iemand vertelt dat hij een onderwaterfiets heeft gekregen. O ja, eerlijkheid, kaartjes maken voor in de boom op de gang. Kaartjes vergeten, stiften vergeten, nu maar even halen. [Ja, ze gaan aan de gang, tekenen en schrijven over wat eerlijk zijn voor hen betekent. Serieus en enthousiast. Ook als ze het niet weten, komt er uiteindelijk iets op het kaartje te staan, die ze vervolgens zelf ophangen in de boom.]

Pauze, maar ik had voor mezelf eigenlijk geen pauze bedacht vandaag, omdat ik verder wilde met een aantal kinderen. Snel even koek gegeten en koffie van 8 uur vanmorgen gedronken. O, jammer, de ruimte waar ik les heb is nu toevallig bezet. Dan maar in de woonkamer, waar leerlingen afgeleid worden door de kinderen die buiten spelen. Waar zijn trouwens de kinderen die zich voor deze les (lezen, schrijven, rekenen) hebben ingeschreven? Ik zie er  twee, in plaats van acht. Ik begin. [Ga lezen met een meisje, samen zittend op de bank. Ja, het lukt! En de volgende gaat ook goed, en die er na ook. En dan zijn opeens ook degenen er die ik miste. Ze zaten boven in de rekenruimte te rekenen. Dat neem ik hen natuurlijk niet kwalijk. We doen een dictee en dat gaat goed.] Tijd voor een spelletje met twee jongens, maar zij zijn net lekker samen met de lego aan het spelen en hoeven geen spel.

’s Middags – ik wist het al- zijn er tegelijk met mijn les waarin we de Kidsweek lezen nog meer aantrekkelijke lessen: massage en geschiedenis van Herman. Ik zit zonder leerlingen en kijk naar de groep kinderen die het weerwolvenspel spelen. Ja, daar zou ik ook best blij om kunnen zijn, dat ze zo gezellig met zovelen samen een spel spelen. [Even later komen de leerlingen voor de schoolkrant. Ze spuien  ideeën en gaan meteen aan het werk. Een interview, de koppen van de nieuwsartikelen. Ik kan toch niet blijven mokken dat de dag niet loopt zoals ik in gedachten had. Ik geef me over en doe mee en word daardoor ook enthousiast.  Het wordt vast een leuke schoolkrant.] 

Als ik nu terugkijk naar de paarsgekleurde stukken tekst denk ik: toch een dag waarop, hoewel die stroef verliep,  in ieder geval drie dingen goed gelukt zijn.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Lekker gewerkt!

DSC08168

Donderdag 5 november. Zo’n dag waarop je aan het eind het gevoel hebt ‘hè, lekker gewerkt!’ Maar waar krijg ik dat gevoel nou precies van? Het begon ’s morgens om 8 uur, toen ik mijn fiets in het fietsenrek zette en Brecht (4) al springend voor mij stond. Zij had zin in de dag. Ik stak de sleutel in het slot, draaide hem om, deed de deur open, haalde het alarm eraf en ging koffie en thee zetten in de keuken. Ondertussen ging Brecht alvast met haar moeder een spelletje doen in de speelruimte. Ik pakte sleutels uit het sleutelkastje om de bovenverdieping, de bijkeuken en het hek in de achtertuin open te doen. Daarna de koffie, de  thee en het water in de kannen, een kopje koffie voor mezelf inschenken en in de administratie degenen die binnen komen goedemorgen wensen. Af en toe een telefoontje van iemand die ziek of later is. Om negen uur neemt een ouder de taak in de administratie op zich en ga ik naar de speelruimte.

Daar hebben kinderen zich al genesteld met tekenvellen en kleurpotloden, bouwwerken en theeserviezen. Eten wordt geserveerd door Hugo. In de bouwhoek hoor ik herrie. Hé, Ea is Luc met een potlood te lijf gegaan. Ik troost Luc, stuur Ea even weg en vraag hem later hoe dat nu kwam: hij had het dichtstbijzijnde voorwerp gepakt waarmee je kon vechten. Natuurlijk wilde hij Luc geen pijn doen. Voordat het tijd is voor de koek ruimen we de speelruimte zo goed mogelijk op, zodat we straks niet in de troep terecht komen.

Na de koek lees ik een schrijfdansverhaal voor over de trap. We gaan zelf uitzoeken hoeveel treden onze trap heeft en of je daar ook vanaf kunt springen. Dan volgt het schrijfdansliedje over de trap en gaan we trappen tekenen met allemaal verschillende kleuren. Sommigen doen eventjes mee, het verhaal, het liedje, maar hoeven niet mee te tekenen. Anderen komen juist tijdens het tekenen erbij zitten. Alweer tijd voor de lunch. Maar eerst weer even opruimen en vegen.

DSC08172

Een gezellige lunch in het souterrain met veel boterhammen met chocopasta die ze al heel goed zelf kunnen smeren. We eten en kletsen en gaan daarna weer terug naar de speelruimte. Darius heeft waterverf meegenomen en andere kinderen mogen daar ook mee verven. Velen zijn enthousiast. Uit het atelier haal ik nog meer verf, kwasten en een bekertje water. Kunstwerken ontstaan en de dag is alweer bijna om. Als we fruit gaan eten ligt er een pak speelkaarten op tafel. “Zullen we een spelletje doen?”, vraagt Rowan.  Hugo en Brecht willen wel meedoen. Pesten. Acht-wacht, tien-wasmachien, heer-nog een keer. Leuk om zo te spelen (en te winnen). In de speelruimte gaan ze door, terwijl ik de laatste rommeltjes opruim. Heerlijk zo’n dag, en waarom? Omdat het door blijft gaan, je bent continu bezig. Waterverf leidt tot creativiteit en verhalen, een kaartspel tot inzicht in kleuren en getallen. Ik ben er bij, doe mee, zie wat er ontstaat uit iets wat bijna niets is en voel me gelukkig.

 

 

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties