Alle artikelen | januari, 2016

cleos vip casino

Donderdag 7 januari. Een ochtend en een middag tussen de jongste leerlingen. Spelletjes doen, boekjes lezen, kijken naar de kinderen. Ze spelen en bakken taarten van hout, ze bouwen met kapla een dierentuin voor alle dieren. Koektijd, naar het souterrain. Daar zitten zeven pubers aan een grote tafel. Ze luisteren muziek, praten met elkaar, laten elkaar foto’s en filmpjes zien. Een enkele kleuter klimt op de bank tussen de jongens van 15. Even aandacht voor elkaar. “Hoe gaat het, Luc?””Goed hoor!” Ze eten koek en drinken appelsap.

Dan een schrijfdansles met scheerschuim, altijd een feest. Een enkeling durft nog niet met zijn vinger in het scheerschuim te gaan, maar vindt het wel interessant om te kijken wat anderen doen. Het leukst is natuurlijk als er een kleurtje door het scheerschuim mag, geel, rood, blauw. Daarna kunnen we een afdruk maken. Het lijkt wel toveren.

Ook tijdens de lunch gesprekken tussen peuters (nou ja, eigenlijk kleuters) en pubers. Zo leuk om te zien hoe vanzelf dat gaat, zo natuurlijk. En dat is het ook, alle leeftijden door elkaar, een minimaatschappij op school.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

De kracht van de school

Woensdag 6 januari, 9 uur, tijd voor de  leerlingenkring. Uit alle vijf de mentorkringen zit een vertegenwoordiger en een afgevaardigde in deze kring. Sommigen zijn te laat: “De klokken lopen niet op tijd.” Dat klopt, ik stel daarom voor dat ik zorg dat alle klokken gelijk lopen en dezelfde tijd aangeven. Vandaag komen we maar aan één agendapunt toe, namelijk het voorstel om een periode lang niet meer te gamen, behalve op vrijdagmiddag: “Na de kerstvakantie laat je telefoon en laptop uit voor spelletjes. Op vrijdagmiddag is er een spelletjesmiddag. Claartje schaft minecraft aan om dat met anderen te spelen.” In de mentorkringen is het aan de orde geweest en goedgekeurd. Toch is er een leerling (die niet bij de bespreking in de mentorkring aanwezig was) die tegen het voorstel is. Hij zit nu bij de leerlingenkring: “Ik vind het niet goed, omdat dit een hele fijne school is. Ik vind dan dat je mag doen wat je wilt.” De anderen luisteren naar zijn argumenten, geven  hun mening: “Ik snap dat jij het er niet mee eens bent omdat het je eigen spullen zijn en dit een hele vrije school is, maar anderen hebben er last van. Ik hoor bijvoorbeeld mensen gillen in het souterrain wanneer ze aan het gamen zijn; Je leert misschien wel van het gamen, maar voor jouw ogen is zolang achter een beeldscherm heel slecht; Als er zo’n groot probleem van wordt gemaakt dat je niet meer mag gamen is het juist goed om het wat minder te doen. Je had net als argument dat dit een hele vrije school is en dat je mag doen wat je wilt. Maar juist het feit dat er geluisterd wordt naar jullie mening: dat je wilt gamen en er wordt een game-middag georganiseerd, dat is juist goed.”

Deze argumenten zetten aan tot nadenken bij degene die tegen het voorstel was. Hij komt zelf met een nieuw voorstel: “Alle gamers gamen twee weken niet, zodat ze kunnen bewijzen dat ze niet verslaafd zijn.” Het wordt door iedereen aangenomen. Voor mij laat dit zien hoe krachtig het werkt als je iets wilt veranderen en je daarbij iedereen betrekt. Door met elkaar te praten over wat gamen doet met de gamer, met de mensen eromheen en met degenen die het van een afstand meemaken, zorg je dat ieder zich bewust wordt van de rol die hij daarin speelt. Dit helpt om met elkaar een besluit te kunnen nemen, een besluit dat door iedereen wordt gedragen.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties