Alle artikelen | september, 2017

Een dynamische dag

Maandag 25 september. Een onrustige kring, schreeuwende kinderen, een huilend kind. Wat doe je als begeleider? Je wilt een voorbeeld zijn, voorleven hoe je omgaat met elkaar. Maar vandaag lukt dat niet. In de kring word ik boos op een jongen die er doorheen praat. Ik ben geen gespreksleider, dus hoef niet in te grijpen. Toch doe ik het, omdat ik er last van heb. Het helpt heel even. Aan het eind van de kring gaat het over je niet-vrij voelen. “Als iemand bazig is; als ik word buitengesloten; ik voel me niet vrij als iedereen de hele tijd door elkaar praat, en ik niets kan zeggen.” Dat laatste is precies wat iedereen vervelend vindt. De meesten willen dat de maandagkring snel voorbij is, maar doordat ze voortdurend op elkaar reageren, duurt het juist langer. We besluiten om de volgende maandagkring te gaan praten met een praatstok. Gespreksleider Artemisia heeft er een thuis liggen en zal die meenemen. Alleen als je de praatstok in je hand hebt, mag je praten. Ik ga nadenken hoe de maandagkring interessant kan blijven voor alle kinderen. Samen ideeën spuien voor het griezelen in de kinderboekenweek. Daar worden ze enthousiast van!

Tot slot ook even iets leuks uit onze maandagkring, met 13 kinderen van 6-9 jaar. Wat opvalt als je doet wat ik wil doen: zitten en kijken en genieten van wat de leerlingen zelf kunnen, zonder dat jij iets hoeft te doen. Tijdens het openingsrondje vertelt Luc dat hij met zijn broer op het springkussen was “en toen kwam mijn broer met zijn knie hier” (hij laat de geschaafde plek op zijn hoofd zien). Keiro, mede-gespreksleider,  vraagt of hij, toen hij niet meer moest huilen, weer op het springkussen ging? “Ja”, zegt Luc.

Ea ging gisteren naar zijn vaders werk gegaan. Keiro vraagt: “Wat voor werk doet je vader?” Ea: “Hij bouwt een zweethut: dan heb je zo’n groot vuur met allemaal stenen erin en als de stenen bloedheet zijn, dan ga je daarin zitten. Maar ik ben daar niet in geweest. Er waren allemaal grote mensen die met een handdoek om hen heen in de zweethut gingen zitten. En ik ga ook nog een keer met mijn zussen naar de zweethut van mijn vader.”

We weten weer wat meer, dankzij de vragen van Keiro.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Tegengestelde belangen in de tuin

Donderdag 7 september. “Laten we de tuin opruimen”, roepen een paar jongens enthousiast. Verspreid door de tuin liggen bakstenen, pallets, emmers en scheppen, waarmee ze de dagen daarvoor hebben gespeeld. Zand en water werden modder, met bakstenen bouwden ze dammen, ze lieten rivieren stromen, meren ontstaan, boten varen. Nu is het even genoeg, vinden ze. Sjouwen, dat doen ze nu. Alle bakstenen netjes op een stapel, achter in de tuin. De emmers in elkaar in de schuur, net als de scheppen. Ook de pallets moeten een plek krijgen. Maar dan gebeurt er iets: andere kinderen komen de tuin  in en willen spelen. Met de pallets. De opruim-jongens bewaken de pallets met hun leven: “Nee! Die krijg je niet, wij zijn aan het opruimen!” Een lastige kwestie. “De tuin is van iedereen”, zeg ik. “Ik snap dat jullie willen opruimen, maar zij willen spelen. Wat kunnen we afspreken?” “Dat ze de pallets dan zelf weer terug zetten”, zegt er een. Een goed plan. Degenen die willen spelen, krijgen de pallets en ruimen ze na afloop zelf op.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Leren lezen, een uitdaging

 

Haas 1.2 - Haas wil kool

6 september 2017

Iedereen kan leren lezen. Niet iedereen leert dit op dezelfde manier. Bij veel kinderen gaat het vanzelf. Het begint met het herkennen letters, het ‘zien’ van korte woorden –dus dat je in een keer het woord kunt lezen, zonder te hoeven spellen-, het herkennen van meer letters, het begrijpen hoe je ‘moeilijke’ woorden uitspreekt, omdat je uit de context van het verhaal de betekenis kunt opmaken. Als leerkracht hoef je dan eigenlijk niets te doen, behalve te constateren dát een kind kan lezen. Even een filmpje opnemen als bewijs en dat is het dan.

Bij sommige kinderen werkt het anders. Hun hersens zien in alles plaatjes, dus ook in letters. Elke letter kan iedere keer nieuw lijken. Ergens diep in hun geheugen moeten ze opdiepen: welke letter is dit ook alweer? Ze gebruiken geheugensteuntjes: De L kun je alleen maar maken met de duim en wijsvinger van je linkerhand. De klank ee lijkt op golfjes van de zee. Zee wordt ee. De klank oo lijkt op twee ogen. De g heeft wat van een slang en een slang is gevaarlijk. Dan ben je dus alleen nog maar bezig met letterherkenning. Nu moeten de letters nog woorden worden en moeten die woorden betekenis krijgen. Heel langzaam gaat het. Maar ik zit er naast en zie wat er gebeurt.

Ze zoekt en vindt de letters, maakt de woorden: ‘Haas wil kool’ en ‘Het hek is hoog’. Dezelfde woorden komen vaker voor. Ze herkent ‘haas’ en leest en begrijpt het in één keer. Ze zegt: hé, als je de laatste letter van ‘het’ een ‘k’ maakt, staat er ‘hek’. Het komt, het komt, en ze vindt het leuk. We lezen wel bijna een uur. Zij wijst mij op wat ze herkent. Kijkt naar de plaatjes en verzint zelf hoe het verder gaat. Het is een genot. Leren lezen is bijna bijzaak, maar zo blijft het leuk.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties