Alle artikelen | mei, 2021

http://blog.devrijeruimte.org/online-casino-bonus-einzahlung/

Ik schreef er al eerder over. Leren lezen verloopt niet voor elk kind op dezelfde manier. Sommigen zien een letter, vragen welke het is, onthouden die, leren een volgende, en nog een, en nog een, pakken een boek en kunnen lezen. Voor anderen is het lastiger. Letters zijn struikelblokken – ze lijken zoveel op elkaar: rondje rechts, rondje links, haakje onder, haakje boven, eerst de ene letter en dan de andere, of juist precies andersom; b – d, e – a, ei – ie. En dan hebben we het nog niet over de lastig te onderscheiden ui en eu, ou en oe. Een worsteling is het, elk woord opnieuw. Het lijkt of het niet beklijft. Almaar spellend. Zal het zo blijven?

Nee, elk kind leert lezen. Maar niet allemaal op hetzelfde moment. Oefenen helpt, letters flitsen, woorden leggen, aantrekkelijke (strip)boeken aanbieden. Elke dag iets. Dictee bijvoorbeeld. In eerste instantie bedoeld om de spellingsregels te leren gebruiken, maar ook handig bij het lezen. Het woord dat je hebt geschreven moet je immers teruglezen om te weten of er staat wat er moet staan. Als je ‘vlechtstrook’ hebt geschreven in plaats van ‘vluchtstrook’, merk je dat heus als je het nog eens leest. Een ander voordeel van dictee is dat leerlingen heel graag elkaar de woorden willen voorlezen. Ook degenen die lezen lastig vinden. “Dictee is juist leuk om te doen!”, zegt een negenjarig meisje dat een paar maanden geleden nog zuchtend en steunend boven een paar korte zinnetjes zat die ze moest lezen. Toen blokkeerde ze, nu vraagt ze mij om het dicteeboek: “Ik doe het wel.” Ze leest zonder haperen drie-lettergreperige woorden en kijkt of degene die schrijft het goed doet. “Ja, volgende keer wil ik weer dictee geven.” Moed houden, volhouden, niet opgeven, positief blijven. Veel voorlezen en laten zien hoe leuk lezen kan zijn.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Een warm bad

Waarom een bad goed voor je is

Woensdag 12 mei. Even kijken hoe het met iedereen gaat. Lopend met 1 kruk, vier weken na een heupoperatie. Ik kom op bezoek. Een kopje koffie in de zon, dacht ik. Kletsen, kijken naar kinderen, drukte op afstand. Ik zit net, op een stoel, bij de trampoline. Jade komt eraan: “Heb ik nu dictee van jou?” “Ja hoor”, zeg ik, “ik pak nog even een nieuwe kop koffie.” De bieb is vertrouwd. De letters liggen klaar. Ik pak de kaarten waarop de spellingregels staan. Jade wil graag op het bord schrijven. “Oké, maar dan wil ik wel dat je vertelt welke regel je toepast.” Alle regels tot nu toe komen aan bod. Met af en toe een tip: Boswachtr- welke letter hoor je wel, maar heb je nu niet geschreven? Ja, het Sufferdje. – verbetert ze het woord en gaat verder met het volgende: ‘baarden’…

Opeens staat Midas midden in de bieb: “Ik heb toch nu dictee?” “Bijna…” Vier jongens komen, doen druk, gaan zitten en schrijven. ‘Sportiviteit’ en heel veel andere woorden op -teit. Om de beurt schrijven ze hun woord op het bord. Foutloos. Deze regel – je hoort ‘tijd’ en je schrijft ‘teit’ kennen ze nu wel. Het is 12 uur. De school is uit. Ik sta beneden in de tuin en praat met ouders die hun kinderen komen halen. Wat is het fijn om iedereen weer te zien. Ik dacht een uurtje te blijven, het werden er drie. Ik heb geen spijt. Maandag ben ik er weer.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties

Verhalen vertellen

Psssjj psssjj psssjj … Verhalen vertel je door. Maar wat gebeurt er dan? Gerard, vader van Mateo, laat het ons ervaren. Iemand fluistert een zin in het oor van degene die naast hem zit. Die geeft het weer door aan de volgende tot we na vijftien mensen bij degene uitkomen die de zin hardop moet uitspreken. Deze lijkt helemaal niet meer op de oorspronkelijke woorden. De mensen die het niet precies verstonden, maakten ervan wat zij dachten dat het was. En zo wordt: ‘De kikker kwaakt in de sloot.’ ‘Het kind is te laat op school.’ Verhalen veranderen als ze worden doorverteld; ieder voegt zijn eigen woorden en wensen toe om het zo spannend mogelijk te maken, en, in ieder geval in de Middeleeuwen, de moraal zo duidelijk mogelijk naar voren te laten komen.

Van den vos Reynaerde (Over de vos Reinaert) door Onbekend | Scholieren.com

Verhalen vertellen is zo oud als de mensheid. Deze week leven wij in de Middeleeuwen en luisteren naar het verhaal van Reinaert de Vos die telkens weer iedereen te slim af is. Moraal: Laat je niet verleiden door sluwe mooipraters, want je komt bedrogen uit. Gerard vertelt meeslepend, de leerlingen hangen aan zijn lippen. Af en toe vraagt hij: “Wat vind jij daar nou van?” We worden meegenomen in zijn vertellingen. Een stuk of vier vertelt hij er. Jammer dat het is afgelopen. Maar hij wil graag nog eens terugkomen: “Ik ben een kroegbaas en dol op het vertellen van verhalen.!” Dat onthouden we.

Wij gaan door met zelf schrijven. Geen verhaal, maar een gedicht, in een Middeleeuwse vorm, het rondeel. Makkelijk om door te vertellen omdat daarin dezelfde zinnen telkens terugkeren. Hailley schrijft: O, was ik maar een hondje/ Lekker spelen in het bos/ Rennen langs de bomen/ O, was ik maar een hondje/ Graven in het gras/ Ik trek aan de wortels/ O, was ik maar een hondje/ Lekker spelen in het bos. En Artemisia wil graag haar kat zijn: O, was ik maar mijn kat/ Lekker opgekruld in de kast/ Gekriebeld door mijn baasje/ O, was ik maar mijn kat/ Geaaid in mijn mandje/ Lekker slapen en spelen/ O, was ik maar mijn kat/ Lekker opgekruld in de kast. We schrijven de gedichten in de bieb, omhuld door boeken, met veer en inkt en als sluitstuk een zegel, om ons even te wanen in dat verre verleden. Keiro dicht: O was ik maar de bieb/ Zoveel kennis, zoveel stof/ Verhalen in een boek/ O, was ik maar de bieb/ Zoveel letters, zoveel papier/ Overal, ja overal/ O, was ik maar de bieb/ Zoveel kennis, zoveel stof.

Vind je dit een leuk bericht? Deel het!
0 reacties